Waarom gecoördineerde samenwerking onmisbaar is voor ons veiligheidsstelsel
Toen Hein van der Loo, burgemeester van Almere en sinds de zomer van 2024 voorzitter van het Veiligheidsberaad, als kind bij zijn grootouders logeerde, maakte één ervaring diepe indruk. Zijn opa, burgemeester van IJsselstein in die tijd, werd ’s nachts uit bed geklopt vanwege een grote brand. Niet om te blussen, maar om er als burgervader te zijn. “Dat iemand speciaal naar zijn deur kwam om hem op te halen, dat vond ik machtig interessant,” vertelt Van der Loo aan het Burgemeestersblad. Het vormde het zaadje van zijn fascinatie voor het burgemeestersambt – in een tijd dat mobiele telefoons niet bestonden en er ook nog geen veiligheidsregio’s waren.
Sinds die tijd is het veiligheidsdomein onherkenbaar veranderd. Nederland kent inmiddels 25 veiligheidsregio’s, ieder sterk geworteld in lokaal bestuur, ieder met een eigen responsorganisatie en talloze vrijwilligers die elke dag klaarstaan. Maar de risico’s die ons land bedreigen – van natuurbranden tot complexe industriële incidenten, van extreem weer tot cyberdreigingen – trekken zich niets aan van grenspaaltjes op de kaart. Dreigingen worden groter, complexer, sneller én bovenregionaal. “En dus is het tijd voor een stap naar voren”, stelt Van der Loo. Een belangrijk thema dat recent op de agenda stond van het Veiligheidsberaad, het beraad van de 25 voorzitters van de veiligheidsregio’s.
Een veiligheidsstelsel dat meebeweegt
Van der Loo: “Nederland verdient een veiligheidsstelsel dat meebeweegt met de risico’s van deze tijd. Het laatste wat we moeten doen, is blijven hangen in de geschiedenis. Niet die van mijn grootvader, maar ook niet die van vandaag. We moeten vooruit, omdat de wereld om ons heen razendsnel verandert.”
De urgentie is helder: incidenten worden groter en langduriger, raken vaker meerdere regio’s tegelijk, en overstijgen soms zelfs landsgrenzen. Klimaatverandering zorgt voor een intensievere en meer complexe natuurbranddreiging. Geopolitieke instabiliteit vergroot risico’s op verstoringen van vitale infrastructuur. Defensie focust zich minder op de derde hoofdtaak (het ondersteunen van civiele autoriteiten en het leveren van bijstand bij rampen en crises), waar veiligheidsregio’s altijd op konden rekenen. En digitalisering creëert kwetsbaarheden die in één klap landelijke impact kunnen hebben. Van der Loo: ‘Geen enkele veiligheidsregio kan deze risico’s alleen aan en dat is ook logisch. Paraatheid en respons op dit soort dreigingen moeten we daarom bovenregionaal organiseren.”
Het goede behouden, het nieuwe omarmen
Hein van der Loo benadrukt dat Nederland een uniek veiligheidsstelsel heeft: lokaal georganiseerd en dus direct verbonden met inwoners. “De kracht van onze veiligheidsregio’s zit onder andere in onze lokale aanwezigheid en het enorme aantal vrijwilligers dat we voor een inzet kunnen mobiliseren. Dat goede moeten we koesteren. Vanuit Nagele, met amper 2.000 inwoners, zijn we bijvoorbeeld snel paraat bij ongelukken en branden. En vanuit de grotere kazernes verlenen we burenhulp op het moment dat er een ontploffing in Utrecht heeft plaatsgevonden. Dat is veel waard. Maar de vraag is niet óf die lokale kracht waardevol is, want dat is ze. De vraag is hoe we die kwaliteit beter kunnen verbinden, bundelen en benutten als een ramp groter is dan één veiligheidsregio aankan. We moeten kijken hoe we specialistische functies, middelen en paraatheid bovenregionaal kunnen versterken. Dat is de vernieuwing waar we voor staan.”
Grenzen bereikt
Het recente werkbezoek van minister Van Weel aan een grootschalige natuurbrandoefening op de Veluwe bevestigde die noodzaak nog eens glashelder. Met het Inspectierapport Grenzen Bereikt in het achterhoofd kwamen drie conclusies boven tafel: de kans op natuurbranden groeit sterk, door klimaatverandering en intensiever gebruik van natuurgebieden. Veiligheidsregio’s zijn individueel goed voorbereid, maar hun middelen raken snel uitgeput bij langdurige of gelijktijdige branden. En intensievere bovenregionale samenwerking is noodzakelijk om toekomstige incidenten aan te kunnen. Daar moeten de veiligheidsregio’s ook voor worden geëquipeerd.
Tijdens de praktijkoefening op de Veluwe werd direct zichtbaar hoe snel scenario’s zich ontwikkelen en hoe complex bovenregionale inzet is: opschalen, middelen verdelen, informatie stroomlijnen, luchtsteun afwegen, bijstandsverzoeken afhandelen. De conclusie van alle deelnemers was eensgezind: gecoördineerde samenwerking en landelijke paraatheid zijn cruciaal. Van der Loo vatte het treffend samen: “Risico’s en impact groeien sneller dan onze slagkracht.”
Een breed gedragen beweging
Het Veiligheidsberaad sprak in 2025, in twee strategische sessies en opnieuw in maart 2026, uitgebreid over de wil om “de stap vooruit” te maken. Op 16 maart stemde het Veiligheidsberaad unaniem in met het plan om een bovenregionaal samenwerkingsmodel uit te werken. Ook het ministerie van Justitie en Veiligheid staat achter deze beweging. De minister benadrukte dat het vooral géén opmaat is richting een nationale brandweer, maar dat versterking van bovenregionale samenwerking logisch én noodzakelijk is. Over een jaar moet dat model operationeel zijn. Daarom heeft het Veiligheidsberaad aan de Raad van Commandanten Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) gevraagd om er snel werk van te maken. “Want uiteindelijk gaat het over hun uitvoeringskracht.”
Noodzakelijk vertrouwen
Als bovenregionale samenwerking zo logisch is, waarom bestaat die dan nog niet of functioneert ze onvoldoende? Volgens Van der Loo werken veiligheidsregio’s heus goed samen, maar zit de uitdaging in betere coördinatie en landelijke borging. “In ons bestuurlijke landschap, gewend aan autonomie en lokale regie, zijn we afhankelijk van elkaars goede wil. Die is er, maar als het erop aan komt moeten we bijstand kunnen afdwingen en specialistische inzet coördineren. Onder eenduidig commando. De vrijblijvendheid voorbij. Dat vinden we in ons polderlandschap nog wel eens moeilijk.”
Wegkijken geen optie
In het Veiligheidsberaad is deze boodschap inmiddels breed geland. “Er is een groot draagvlak bij de voorzitters en directeuren van onze veiligheidsregio’s. We zullen een voorstel doen aan alle Algemene Besturen die er vervolgens over moeten besluiten.”
Maar Van der Loo benadrukt: iedere regio moet meedoen. Wegkijken is geen optie, we moeten doorpakken. “Laat ik het een ‘call to action’ noemen: doet u mee, 342 burgemeesters? De rampen en crises die boven ons hoofd hangen zijn anders dan twintig, tien en zelfs een jaar geleden. Dat vraagt om vernieuwing van ons veiligheidsstelsel. Gecoördineerde actie van ons allemaal.”
Het Veiligheidsberaad – met als voorzitter Hein van der Loo – is het bestuurlijk overleg van de 25 voorzitters van de veiligheidsregio’s en de formele gesprekspartner van de minister van Justitie en Veiligheid met betrekking tot brede veiligheidsvraagstukken.
Twee keer per jaar sluit de minister persoonlijk aan.
Het Veiligheidsberaad neemt als collectief gezamenlijke standpunten in namens de 25 veiligheidsregio’s en kent de portefeuilles Brandweer, GHOR, Informatievoorziening, Bevolkingszorg, Klimaat- en Waterveiligheid en Crisisbeheersing.
De Strategische agenda van het Veiligheidsberaad loopt van 2024 t/m 2027 en bevat de volgende vijf thema’s: Digitale ontwrichting Herziening van de wet veiligheidsregio’s (Wvr), Klimaatveiligheid, Veilige energietransitie en Versterken weerbare samenleving.


