Nieuwe opkomsttijden doen recht aan praktijk

Het Veiligheidsberaad vindt het belangrijk balans aan te brengen in de benadering van brandweerzorg en is ervan overtuigd dat, naast opkomsttijden, ook de pro-actieve en preventieve maatregelen de brandweerzorg ten goede komt. Voor de opkomsttijden is een nieuwe methodiek ontwikkeld, die geldt als alternatief voor de huidige wettelijke opkomsttijden van de brandweer. Het Veiligheidsberaad heeft de minister van Justitie en Veiligheid gevraagd het Besluit veiligheidsregio’s te wijzigen om deze methode in de praktijk te kunnen brengen.

 

Alternatieve benaderingswijze voor wettelijke opkomsttijden

Vanuit het programma RemBrand van het Veiligheidsberaad is door de Raad van Brandweercommandanten gewerkt aan een alternatieve benaderingswijze voor de wettelijke opkomsttijden. De systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden doet meer recht aan de huidige praktijk: er kan maatwerk toegepast worden en nu worden de wettelijke opkomsttijden niet altijd gehaald hoewel de kwaliteit van brandweerzorg op orde is. Gebiedsgerichte opkomsttijden is een combinatie van maatregelen die zich richt op het snel ter plaatse kunnen zijn en voldoende slagkracht kunnen leveren (waarbij het aantal en de spreiding van de eenheden bepalend is) aangevuld met eventuele wenselijke maatregelen op het vlak van risicobeheersing.

 

Vlinderdasmodel voor brandveiligheid

Jan Lonink, voorzitter Veiligheidsregio Zeeland, is als portefeuillehouder RemBrand in het Veiligheidsberaad voorzitter van de bestuurlijke regiegroep, die als bestuurlijk klankbord voor de RemBrand-projecten fungeerde. “De wettelijke opkomsttijden zijn sinds 2010 de enige maatstaf voor de prestaties van de brandweer. Er lag altijd een grote nadruk op voertuigbezetting en opkomsttijden. Dit is eigenlijk een te eenzijdige benadering van het begrip brandweerzorg. Hoewel opkomsttijden een heel belangrijke factor hierin is, gaat het over de hele keten, het vlinderdasmodel,” legt Jan Lonink uit. “Dat betekent pro-actie in ruimtelijke plannen, dus vooraf nadenken over de veiligheidsrisico’s als je ergens wilt gaan bouwen. En preventie, het voorkomen van brand, is eveneens bepalend voor brandveiligheid. Hoe snel je opkomsttijd ook is, als je de ontdekkingstijd van brand kunt verkorten, bijvoorbeeld door gebruik van rookmelders en het gebruik van brandveilig meubilair, dan beperkt dat de schade en slachtoffers.”

 

Projecten RemBrand afgerond

Het programma RemBrand bestaat uit zeven projecten die nu nagenoeg afgerond zijn. “Voor de projecten ‘rookmelders in bestaande bouw’ en ‘brandveiligheid in het onderwijs’ is veel aandacht geweest. Sommige projecten lopen nog door, omdat we afspraken moeten maken met organisaties, zoals met IKEA over brandveilig meubilair. Niet alle doelen kun je met wetgeving bereiken. Wij benaderen brandveiligheid vanuit de hele keten, want minder slachtoffers en minder schade krijgen we vooral door preventie,“ aldus Jan Lonink. De eindrapportage van RemBrand volgt later dit jaar.

 

Elke regio zijn eigen risicoprofiel

De voorgestelde aanpak is dat het bestuur van de veiligheidsregio eerst een risicoprofiel van hun regio opstelt. “Elke regio heeft een andere behoefte. In het oosten van het land is de brandweerzorg meer gericht op natuur en boerderijen op het platteland. In Zeeland zijn havens, chemische bedrijven en schepen risicofactoren. Maatwerk dus,“ zegt Jan Lonink. “Het risicoprofiel van de veiligheidsregio bepaalt de slagkracht die je nodig hebt. Je moet goed nadenken over je risico’s in de regio en wat je nodig hebt. Wie roep je op? Wat heb je nodig aan specialistisch materieel? Soms kun je volstaan met een voertuigbezetting van vier personen, maar dat is afhankelijk van het incident.”

 

Kunststukje gerealiseerd

Het Veiligheidsberaad heeft unaniem ingestemd met de voorgestelde systematiek. “We hebben wel een kunststukje gerealiseerd,” laat Jan Lonink met trots weten. “Structuur- en cultuurveranderingen binnen de brandweer zijn complex en kosten veel tijd. We hebben zes jaar gewerkt om deze methode aan te passen. De ministeries van Justitie en Veiligheid, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Volksgezondheid, Welzijn en Sport zaten als adviseurs in de bestuurlijke regiegroep. Ook de vakbonden en de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers zijn in dit traject betrokken. Het creëren van draagvlak was een belangrijk onderdeel van het proces. Uiteindelijk ontstond er een breed gedragen voorstel voor de aanpassing van het Besluit veiligheidsregio’s.” Een aantal regio’s houdt al rekening met deze verandering, maar de minister van Justitie en Veiligheid legt het voorstel nu eerst ter besluitvorming aan de Tweede Kamer voor.

Gerelateerde berichten