Naar hoofdinhoud Naar navigatie

Hein van der Loo: "Meer focus op gezamenlijke slagkracht"

De zomer van 2026 liet opnieuw zien hoe snel een regionaal incident zich kan ontwikkelen tot een grootschalige, bovenregionale ramp of crisis. Toenemende risico’s zoals grootschalige natuurbranden, overstromingen en hybride dreigingen maken duidelijk dat de veiligheidsopgaven voor Nederland veranderen. Volgens Hein van der Loo, voorzitter van het Veiligheidsberaad, is het tijd voor een volgende stap in de ontwikkeling van de veiligheidsregio’s.

De veiligheidsregio’s bestaan nu zo’n 15 jaar. Wat heeft die samenwerking Nederland gebracht?

“De veiligheidsregio’s zijn ontstaan na de rampen in Enschede en Volendam. Die maakten duidelijk dat gemeenten en hulpdiensten beter en op grotere schaal moesten samenwerken. Sindsdien zijn de veiligheidsregio’s uitgegroeid tot professionele crisisorganisaties die dicht bij inwoners staan en effectief optreden bij branden, rampen en crises. Het stelsel heeft zich bewezen en daar mogen we trots op zijn.”

Waarom is dit een goed moment om vooruit te kijken?

“Omdat het risicolandschap fundamenteel verandert. Geopolitieke spanningen, klimaatverandering, digitalisering en onze afhankelijkheid van vitale infrastructuur zorgen voor dreigingen die groter, langduriger en complexer zijn dan waarvoor het stelsel oorspronkelijk is ontworpen. Denk aan de natuurbranden van dit jaar, overstromingen, cyberincidenten of langdurige uitval van vitale voorzieningen. Die risico’s houden zich niet aan regio- of landsgrenzen. We bevinden ons op een kantelpunt: de risico’s nemen sneller toe dan ons vermogen om daar gezamenlijk op te reageren.”

Wat hebben de natuurbranden van de afgelopen periode zichtbaar gemaakt?

“De grootschalige natuurbranden hebben laten zien hoe snel de druk op de beschikbare capaciteit kan oplopen. Al na anderhalve dag ontstond schaarste aan mensen en middelen en was internationale bijstand nodig. Dat bevestigt dat de vraag niet meer is óf we met dit soort crises te maken krijgen, maar hoe goed we erop zijn voorbereid. Tegelijkertijd zien we dat internationale bijstand in de toekomst minder vanzelfsprekend wordt. Andere landen hebben immers met dezelfde risico’s te maken, die zich vaak op hetzelfde moment manifesteren.”

U gebruikt de term ‘gezamenlijke slagkracht’. Waarom is dat zo belangrijk?

“Omdat veel crises tegenwoordig bovenregionaal van aard zijn, dus veiligheidsregio-overstijgend. Het huidige systeem van “burenhulp” tussen veiligheidsregio’s werkt goed bij incidentele ondersteuning, maar is niet ontworpen voor situaties waarin meerdere regio’s tegelijkertijd onder druk staan. Dan moet je vooraf organiseren hoe mensen, materieel en specialistische kennis landelijk beschikbaar zijn. De gezamenlijke slagkracht van Nederland mag niet afhankelijk zijn van toevallige beschikbaarheid, maar moet structureel georganiseerd, geoefend en bestuurlijk geborgd zijn.”

Betekent dit dat veiligheidsregio’s anders moeten gaan samenwerken?

“Ja. De regionale verankering blijft onze kracht. De professionals werkzaam in de veiligheidsregio’s kennen hun gebied, de risico’s en de inwoners. Maar bovenregionale crises vragen om minder vrijblijvende samenwerking. We moeten sneller kunnen beschikken over gezamenlijke capaciteit, expertise en middelen. Niet als 25 afzonderlijke organisaties, maar als één netwerk dat kan handelen wanneer de situatie daarom vraagt. De gemeenschappelijke noemer is misschien wel het beste te omschrijven als het leveren van Emergency Response: het direct en gecoördineerd optreden bij branden, incidenten, noodsituaties, rampen en crises, met als doel mensenlevens redden, schade beperken en de situatie zo snel mogelijk onder controle te krijgen. Wanneer de nood aan de mens is, kunnen veiligheidsregio’s met één druk op de knop een 24/7-crisisorganisatie activeren en moeten zij kunnen beschikken over een groot potentieel aan professionele hulpverleners.”

Pleit u daarmee voor een landelijke veiligheidsorganisatie?

“Nee, absoluut niet. De kracht van het Nederlandse model zit juist in de combinatie van regionale betrokkenheid en landelijke samenwerking. Wat nodig is, is een sterkere verbinding tussen die twee. Regionaal waar het kan, gezamenlijk waar het moet. Dat vraagt ook om duidelijke afspraken over sturing, verantwoordelijkheid en de inzet van gezamenlijke capaciteiten.”

“De veiligheidsregio’s hebben zich de afgelopen 25 jaar ontwikkeld tot professionele en betrouwbare organisaties gericht op regionale brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Nu de dreiging toeneemt, moeten we kijken hoe we onze gezamenlijke slagkracht verder kunnen versterken.” Hein van der Loo

Welke rol speelt het Rijk hierin?

“Het versterken van de weerbaarheid van Nederland is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Veiligheidsregio’s kunnen deze opgave niet alleen dragen. Als we verwachten dat Nederland voorbereid is op langdurige natuurbranden, hybride dreigingen, grootschalige evacuaties of meerdaagse uitval van vitale voorzieningen, dan zijn ook nationale keuzes nodig. Dat vraagt om een modern stelsel, duidelijke verantwoordelijkheden en investeringen in mensen, middelen en capaciteit. Nationale weerbaarheid is geen regionale opgave, maar een gezamenlijke opgave van Rijk en regio’s. We hebben daarover goed contact met het ministerie van Justitie en Veiligheid.”

Waarom gaat dit uiteindelijk over meer dan alleen natuurbranden?

“Natuurbranden zijn op dit moment misschien het meest zichtbare voorbeeld gezien afgelopen voorjaar en zomer, maar de onderliggende vraag is veel breder. Hoe zorgen we ervoor dat Nederland ook bij langdurige en gelijktijdige crises voldoende operationele slagkracht heeft? En hoe zorgen we ervoor dat die slagkracht niet direct ten koste gaat van de regionale paraatheid, zoals bijvoorbeeld de opkomsttijden van de brandweer bij een woningbrand? Dat geldt niet alleen voor natuurbranden, maar net zo goed voor overstromingen, verstoringen van vitale infrastructuur of dreigingen die voortkomen uit internationale spanningen. Uiteindelijk gaat het om de weerbaarheid van onze samenleving.”

Waar hoopt u over vijf jaar te staan?

“Ik hoop dat we dan kunnen zeggen dat we op tijd hebben gehandeld. Dat we de regionale kracht van de veiligheidsregio’s hebben behouden, maar tegelijkertijd de gezamenlijke slagkracht van Nederland hebben versterkt. Dat we beter voorbereid zijn op langdurige en bovenregionale crises en dat we als netwerk kunnen optreden wanneer de situatie daarom vraagt. Sterker verbonden, beter voorbereid en klaar voor de uitdagingen van morgen. Onze inwoners moeten erop kunnen vertrouwen dat Nederland vandaag en morgen beschikt over voldoende middelen om de dreiging aan te kunnen. Ik zie daartoe in Den Haag gelukkig een snel toenemend politiek draagvlak.”

 


 
Het Veiligheidsberaad, onder voorzitterschap van Hein van der Loo, is het bestuurlijk overleg van de 25 voorzitters van de veiligheidsregio’s. Het beraad is de formele gesprekspartner van de minister van Justitie en Veiligheid op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing.  Twee keer per jaar neemt de minister deel aan het overleg.

Het Veiligheidsberaad vertegenwoordigt de gezamenlijke belangen van de 25 veiligheidsregio’s en bepaalt waar mogelijk gezamenlijke standpunten. Het beraad kent de portefeuilles Brandweer, GHOR, Informatievoorziening, Bevolkingszorg, Klimaat- en Waterveiligheid en Crisisbeheersing en werkt met een Strategische Agenda 2024-2027 die zich richt op de thema’s Digitale ontwrichting, Klimaatveiligheid, Veilige energietransitie en Versterken van een weerbare samenleving en Herziening van de Wet veiligheidsregio’s.