Betere beeldvorming van de ongekende crises: wat zijn mogelijke effecten? Wat is het ergste geval van maatschappelijke ontwrichting? Waarop kunnen we ons voorbereiden? Die vragen staan centraal in een onderzoek dat het Lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) samen met Crisisplan uitvoert in opdracht van het Veiligheidsberaad. Op 17 oktober wijdde het IFV een ‘doorleefsessie’ aan dit thema. Ambtelijke vertegenwoordigers van overheid en bedrijfsleven probeerden aan de hand van een fictief scenario een beter beeld te krijgen van hoe een crisissituatie tot maatschappelijke ontwrichting kan leiden en welke mechanismen daarbij een rol spelen.

Goede definitie van maatschappelijke ontwrichting
Een cascade-effect van uitvallende vitale voorzieningen en processen als gevolg van een cyberaanval was het scenario waarmee de deelnemers aan de doorleefsessie aan de slag mochten. “De oorzaak van de crisis doet er in wezen niet zoveel toe”, stelt lector Crisisbeheersing Menno van Duin, een van de inleiders tijdens de bijeenkomst. “Waar we in ons onderzoek en ook in deze verkennende sessie op inzoomen, is het verschijnsel maatschappelijke ontwrichting. Iedereen in de crisisbeheersingswereld heeft het erover, maar een goede definitie is er eigenlijk niet. Daarom willen we het begrip beter duiden en zicht krijgen op acties waarmee crisismanagers en het bevoegd gezag kunnen sturen om die effecten te stabiliseren en te beperken.”

Denken in worst case-effecten
Tijdens de doorleefsessie, waaraan vertegenwoordigers van veiligheidsregio’s, de politie, gemeenten, de telecomsector en andere vitale bedrijfstakken deelnamen, werd bewust een extreem scenario met grote cascade-effecten als casus genomen. Menno van Duin: “Zo wilden we de deelnemers stimuleren om in worst case-effecten te denken. Het zijn omstandigheden die in de westerse wereld tamelijk zeldzaam zijn en daarom is er eigenlijk geen goed begrip van wat maatschappelijke ontwrichting nu echt inhoudt. Dat gebeurt niet als er bijvoorbeeld één dag geen water is of als het elektronisch betalingsverkeer één dag niet werkt. Anders wordt het als dergelijke vitale voorzieningen langere tijd, een week of langer, niet beschikbaar zijn. Dan kunnen emoties de overhand nemen en bestaat het risico dat algemeen aanvaarde maatschappelijke normen en grenzen overschreden worden. Als zo’n situatie dreigt te ontstaan, komt het erop aan dat de overheid en de betrokken sectoren vertrouwen uitstralen dat zij de situatie begrijpen en aanvullend op de emergente netwerken gaan acteren.”

Geijkte patronen en structuren volstaan niet bij maatschappelijke ontwrichting
Door in groepsverband te sparren over de aard en effecten van maatschappelijke ontwrichting, ontstond tijdens de doorleefsessie geleidelijk een beeld van het handelingsperspectief en de uitdagingen; voor de overheid, bedrijven en de maatschappij als geheel. Menno van Duin vat een van de algemene conclusies samen: “Bij een grootschalige crisis waarbij vitale processen en voorzieningen langere tijd uitvallen, volstaan de geijkte patronen en structuren van de crisisbeheersingsorganisatie niet meer om maatschappelijke ontwrichting te voorkomen. Als burgers in zo’n situatie zelf het heft in handen nemen, moet de overheid dat proces faciliteren en ondersteunen. Zelfredzaamheid, samenredzaamheid en veerkracht zijn belangrijke krachten in de samenleving die in dergelijke situaties ten volle moeten worden benut. De doorleefsessie heeft weer een beter inzicht opgeleverd in wat een ‘ongekende crisis’ teweeg kan brengen in de steeds complexer wordende samenleving waarin heel veel complexe systemen en processen een onderlinge afhankelijkheid hebben. We gaan zo’n sessie ook nog een keer met bestuurders doen, om een beeld te krijgen van de bestuurlijke dilemma’s bij dreigende maatschappelijke ontwrichting. Misschien moeten we wel constateren dat wij helemaal geen ‘grip’ hebben op zo’n crisis.”

Gerelateerde berichten