Het Veiligheidsberaad laat in samenwerking met het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) onderzoek uitvoeren naar een passende rechtspositie voor brandweervrijwilligers.

Dit volgt op een eerder onderzoek van Pels Rijcken advocaten in gezamenlijke opdracht van de ministeries van JenV en Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties en de Brandweerkamer van de VNG, waarin is geconcludeerd dat er een reëel risico bestaat dat elementen in de rechtspositie van de brandweervrijwilligers in strijd zijn met de normen uit Europese en internationale regelgeving en jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. Voorzitter van de Brandweerkamer, Paul Depla, denkt alvast vooruit over de toekomstige verhoudingen tussen werkgevers en werknemers binnen de brandweerorganisatie.

Brandweerkamer

Sinds 2014 zijn brandweertaken wettelijk ondergebracht in de Wet veiligheidsregio’s en is het bestuur van de veiligheidsregio werkgever van de brandweer. Het Veiligheidsberaad (gemachtigd door de besturen van de veiligheidsregio’s) en de VNG hebben in een dienstverleningsovereenkomst vastgelegd dat de Brandweerkamer de uitgangspunten van het collectieve arbeidsvoorwaardenbeleid van de veiligheidsregio’s formuleert voor enkele brandweerspecifieke onderwerpen, waaronder de rechtspositie van vrijwilligers

Trots op hybride brandweerorganisatie

Paul Depla, voorzitter van de Brandweerkamer, spreekt namens de werkgevers van de brandweermensen. “We zijn trots op de hybride brandweerorganisatie met zowel beroeps als vrijwillige medewerkers. Dat houden we het liefst in stand. De manier waarop de brandweer in Nederland is georganiseerd, zorgt voor maatschappelijke verankering en zichtbaarheid in de samenleving. Daardoor is de brandweer van ons allemaal.”

Gedwongen tot nadenken

“De Europese regelgeving in combinatie met de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) dwingt ons tot nadenken. Hoe gaan we met vrijwillige inzet om? Er bestaat een reëel risico dat brandweervrijwilligers als deeltijdmedewerkers moeten worden aangemerkt. Dat betekent dat zij een arbeidscontract moeten hebben, pensioen opbouwen, et cetera. Maar blijft de brandweerorganisatie zo betaalbaar en wat betekent dit voor de financiële situatie van de vrijwilligers? De vraag hoe we ons brandweersysteem met vrijwilligheid overeind kunnen houden, is cruciaal. Met de komst van de Wnra – die volgens planning in 2020 in werking treedt, maar voor het personeel van de veiligheidsregio’s tijdelijk is uitgesteld – staat dit onderwerp nu acuut op de agenda, want de tijd dringt,” concludeert Paul Depla.

Gevolgen van nieuwe wetgeving

Bij de uitwerking van de Wnra is geconstateerd dat de rechtspositie van brandweervrijwilligers in strijd is met Europese wet- en regelgeving en het gelijkheidsbeginsel in het algemeen. De minister van JenV, het Veiligheidsberaad en de Brandweerkamer hebben afgesproken om dit gezamenlijk verder te onderzoeken. Het onderzoek bestaat uit drie sporen. In de eerste twee sporen wordt onderzocht of de vrijwilligheid van de brandweer behouden kan blijven binnen het bestaande juridische kader. Als blijkt dat dit niet mogelijk is, wordt onderzocht of kan worden afgeweken van de Deeltijdrichtlijn op basis van ‘objectieve rechtvaardiging’, als aangetoond kan worden dat een verschil in de arbeidsrechtelijke behandeling tussen beroeps en vrijwillige brandweer noodzakelijk is. Deze twee onderzoeken worden verricht door de Brandweerkamer en het ministerie.

Indien het onderzoek geen afdoende resultaat oplevert, wordt door het Veiligheidsberaad en de minister van JenV in een derde spoor opdracht gegeven om te onderzoeken hoe personele capaciteit bij de brandweer kan worden aangepast aan het juridisch kader. Bijvoorbeeld door de opleidingseisen, inzetbaarheid en taken van brandweervrijwilligers zo te differentiëren en vorm te geven dat geen sprake is van spanning met de geldende regelgeving. Dit kan effecten hebben op de totale vormgeving van de brandweerorganisatie. Dit derde spoor ligt mogelijk in de lijn van het programma Vrijwilligheid van het Veiligheidsberaad.

Vanuit het Veiligheidsberaad regisseert de portefeuillehouder Brandweer het onderzoek. Hij stemt af met de voorzitter van de Brandweerkamer en de portefeuillehouder Vrijwilligheid van het Veiligheidsberaad.

Dilemma tussen behoud en verandering

Paul Depla: “Ik denk dat de oplossing gezocht moet worden binnen de verschillende sporen. Voor de korte termijn is objectieve rechtvaardiging om van de Europese wetgeving af te wijken wenselijk. Voor de toekomst moeten we kijken of we het systeem overeind houden door het anders in te kleuren. De maatschappij verandert. Vroeger werkten brandweervrijwilligers in eigen wijk of dorp. Nu kennen we veel meer forenzen. Hoe ga je daarmee om? Ook is de vraag of een vrijwilliger een volwaardig brandweerman of -vrouw moet zijn. Of leg je de specialistische taken alleen bij de beroepsbrandweer neer? Daarin kunnen we wellicht ook een belangrijke slag slaan. Het is de kunst om het systeem van vrijwilligheid overeind te houden binnen de kaders van de wet.”

Onderzoeksresultaten in juni bekend

De Brandweerkamer, het Veiligheidsberaad en het ministerie betrekken bij deze drie onderzoeksporen ook de vakbonden en de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers. Aan de hand van het resultaat kunnen de veiligheidsregio’s als werkgever en de minister als stelselverantwoordelijke bepalen welke mogelijkheden er zijn om de rechtspositie van de vrijwillige brandweer vorm te geven. Het Veiligheidsberaad bespreekt in juni de resultaten van de eerste twee sporen en zal dan – indien deze geen afdoende resultaat opleveren – samen met de minister opdracht geven voor het derde spoor.

Gerelateerde berichten