“Het Veiligheidsberaad omarmt vrijwilligheid en zoekt een toekomstbestendige vorm.”

 

Vroeger waren de bakker, slager of smid ook steevast lid van de brandweer. In elk dorp en stad stond de middenstand garant voor het leveren van vrijwilligers aan het plaatselijke korps. Brandweervrijwilliger werd je voor het leven. Maar de samenleving verandert. Flexibele werkvormen, keuzes in tijdsbesteding en digitalisering van de samenleving maakt de vrijwillige brandweerzorg kwetsbaar. De vraag die het Veiligheidsberaad zich stelt is: hoe houden we nu en in de toekomst de kwaliteit van de brandweerzorg met vrijwilligheid op peil?

 

 

Tijdens de vergadering op 8 oktober 2018 heeft het Veiligheidsberaad ingestemd met het programmaplan Vrijwilligheid. Een plan met acht trajecten, uit te voeren gedurende vier jaar en dat als doel heeft de inzet van vrijwilligers in de brandweerzorg te verbeteren. Daarnaast onderzoekt het Veiligheidsberaad voor de lange termijn de kwaliteit en houdbaarheid van het brandweerstelsel mét vrijwilligheid. Marco Out, portefeuillehouder Vrijwilligheid van het Veiligheidsberaad, en Fred Heerink, programmaleider van het programma Vrijwilligheid namens de Raad van Brandweercommandanten, geven hun visie op dit onderwerp.

 

Dichtbij georganiseerd

Portefeuillehouder Marco Out vindt vrijwilligheid een groot goed. “We leveren met vrijwilligers goede brandweerzorg voor relatief weinig geld. Bovendien vinden we het heel belangrijk dat de brandweerzorg op deze wijze stevige ankers heeft in de samenleving. Er is veel waardering voor de huidige vrijwilligers, omdat het dicht bij de bevolking is georganiseerd. Dat moeten we zo houden.”

 

Werving vrijwilligers onder druk

Out legt uit waarom het programma Vrijwilligheid van belang is voor de kwaliteit van de brandweerzorg. “Tachtig procent van de brandweerinzet gebeurt door vrijwilligers. Het kost regio’s steeds meer moeite om voldoende vrijwilligers te werven en te behouden. Vooral op het platteland en langs onze landsgrenzen merken we dat. Onze vrijwilligers zijn hooggekwalificeerd. De professionaliteit van een brandweervrijwilliger is even groot als die van de beroepscollega. Dat werkt drempelverhogend. Je ziet dat niet iedereen bereid is of de tijd kan vinden om een lang opleidingstraject te volgen. We verwachten veel van mensen en zij verbinden zich in het algemeen minder lang als vrijwilliger. Tegenwoordig wisselt men vaker van baan, maar ook de opleidingseisen zijn oorzaken van terugloop. In de regio is het ingewikkeld om overdag mensen te vinden. Allemaal factoren die de werving van vrijwilligers onder druk zetten. En daar moeten we iets mee.” Programmaleider Fred Heerink vult aan: “In het Regeerakkoord zijn naar aanleiding van het belevingsonderzoek (Belevingsonderzoek repressief brandweerpersoneel, Veiligheidsberaad, 2017) middelen beschikbaar gesteld voor nader onderzoek naar vrijwilligheid bij de brandweer. Daar gaan we de komende vier jaar mee aan de slag.”

 

Onderzoek naar betere inzet van vrijwilligers

Het programmaplan moet leiden tot een betere inzet van vrijwilligers, het huidige bedrijfsmodel verder ontwikkelen en een impuls geven aan brandweervrijwilligheid. Fred Heerink vertelt over de aanpak. “We gaan informatie ophalen in de regio’s. Er zijn nu al voorbeelden van posten die heel creatief zijn in het werven van vrijwilligers. Ook doen we onderzoek bij andere sectoren. Hoe krijgen andere maatschappelijke vrijwilligersorganisaties het voor elkaar om mensen te binden? En we kijken naar de organisatie van de vrijwillige brandweer in het buitenland. In Duitsland bijvoorbeeld hebben ze korpsen van wel 60 personen, terwijl er slechts 20 van hen voor repressietaken worden ingezet.”

 

Garant voor een robuust stelsel

Daarnaast neemt het Veiligheidsberaad voor de lange termijn het functioneren van het stelsel onder de loep, onderzoekt het waar de belemmeringen zitten en hoe veranderingen vorm kunnen krijgen. Wet- en regelgeving, brandweercultuur, politieke en maatschappelijke verwachtingen en de inhoud van het brandweervak zijn daarbij factoren die een rol kunnen spelen. Marco Out: “Het Veiligheidsberaad omarmt vrijwilligheid, maar in een toekomstbestendige vorm. Het huidige model sluit niet steeds lastiger aan bij deze tijd. Om in de toekomst ook garant te staan voor een robuust brandweerstelstel is een brede blik noodzakelijk. Daarom moeten het Veiligheidsberaad, ministerie, vakbonden, inspecties en de regio’s open staan voor experimenten. Zo kunnen we elkaar versterken.”

 

Samenspel van techniek en vrijwilligers

Fred Heerink: “Ik ben ervan overtuigd dat de bereidheid om iets te doen voor je medemens, blijft bij mensen, maar de vorm waarop zal veranderen. Ook met technische mogelijkheden kunnen we veel voor elkaar betekenen. Een mooi voorbeeld zie je in de ambulancezorg. Hoewel de echte professionals met moderne apparatuur levensreddend werk verrichten, telt elke seconde. Zelfs bij een aanrijdtijd van zes minuten kan ambulancehulp soms te laat zijn. Door bundeling van techniek en hulp uit de samenleving is een prachtige samenwerking tot stand gekomen tussen vrijwilligers en de professionele ambulancezorg. Zo ontstond het ‘Hartveilig-netwerk’ van vrijwilligers die bij noodsituaties via de meldkamer een oproep ontvangen en op locatie AED’s tot hun beschikking hebben voor reanimatie.”

 

Ruimte voor nieuw resultaat

Fred Heerink heeft geen ideaalplaatje voor ogen als eindresultaat van het programma Vrijwilligheid: “Ik heb geen idee en ik wil het ook niet weten. Het moet nog ontstaan, anders was het er al geweest. Maar als je vasthoudt aan het huidige stelstel, blijft alles bij het oude.” Marco Out vindt dat we elkaar in staat moeten stellen en ruimte moeten geven om iets nieuws te laten ontstaan: “We stimuleren de diversiteit aan experimenten zonder dat er kant-en-klare oplossingen komen. Initiatieven van vrijwilligers zelf moeten we omarmen. We praten dan ook niet alleen óver vrijwilligers, maar vooral ook mét. Het programmaplan realiseren we samen met de Vereniging van Brandweer Vrijwilligers (VBV) en daar ben ik erg trots op. We gaan vooral goed luisteren naar elkaar en kijken wat het beste bij de regio’s past. Ik zeg altijd: Amsterdam is geen Amen, een Drents dorp. Daarom is maatwerk bij het behoud van vrijwilligheid cruciaal.”

 

De rol als portefeuillehouder

Als portefeuillehouder Vrijwilligheid van het Veiligheidsberaad staat Marco Out voor zijn verantwoordelijkheid. “Ik heb heel veel waardering en respect voor wat door vrijwilligers wordt neergezet. Het geeft ons de verplichting om knelpunten op te lossen. De uitvoering van het programma vertrouw ik toe aan mensen die daar het meeste verstand van hebben. Als voorzitter van de stuurgroep neem ik mijn rol als aanjager en ik zie toe om tot een goed resultaat te komen. Die taak heb ik op me genomen. Een zinvolle opdracht? Jazeker, anders was ik er niet aan begonnen!”

Dit is een interview uit Magazine Veiligheidsberaad, editie december 2018.

Gerelateerde berichten