“Geen afrekeninstrument, maar een middel om van elkaar te leren”

 

De minister van Justitie en Veiligheid heeft aangekondigd de Wet veiligheidsregio’s in 2019 te gaan evalueren. De evaluatie is een onderzoek naar de doeltreffendheid en effecten van de wet in de praktijk, mede in het licht van actuele en toekomstige dreigingen en ontwikkelingen. Onno Hoes, voorzitter veiligheidsregio Kennemerland, is samen met Marco Out, voorzitter veiligheidsregio Drenthe en Pieter Broertjes, voorzitter veiligheidsregio Gooi- en Vechtstreek, portefeuillehouder van deze wetsevaluatie vanuit het Veiligheidsberaad. Onno Hoes geeft weer hoe hij als portefeuillehouder aankijkt tegen de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s.

De Wet veiligheidsregio’s is een nationale wet die in 2010 in werking is getreden. Daarin is in grote lijnen de werkwijze en structuur van de regionale crisisorganisatie vastgelegd. Binnen de wet heeft elke veiligheidsregio ruimte en vrijheid de organisatie naar eigen inzicht in te richten. Het ministerie van Justitie en Veiligheid treft voorbereidingen om de evaluatie Wet Veiligheidsregio’s in 2019 te kunnen starten.

 

 

Evaluatie om van te leren

Hoes legt uit waarom de evaluatie van de wet van belang is. “Je ziet dat er in het land 25 modellen zijn ontstaan elk met zijn eigen sterke en zwakke punten. Het is goed om na een aantal jaren te kijken waar we staan en wat we met elkaar willen. Ik zie de evaluatie vooral als leerproces. Het is geen afrekeninstrument, maar een middel om te ontdekken en te bediscussiëren wat ideaal is. De ene regio heeft een breed pakket, waarbij ook intensief met de zorgketen wordt samengewerkt, de andere regio heeft zich beperkt tot de basistaken op het gebied van veiligheid. We zijn allemaal verschillende regio’s. Daar kunnen we veel van leren en de goede dingen van elkaar overnemen. Voor mij is het één grote leerarena.“

 

Betrokkenheid belangrijk

Het is nog onduidelijk welke rol het Veiligheidsberaad bij de wetsevaluatie gaat innemen. De minister van Justitie en Veiligheid is de opdrachtgever en bepaalt de procedure van de wetsevaluatie. De minister wil een onafhankelijke commissie instellen en naar alle waarschijnlijkheid fungeert het Veiligheidsberaad als klankbord. “Het is belangrijk dat we betrokken worden bij de evaluatie. De Wet veiligheidsregio’s is een landelijke wet, maar de regio’s voeren de wet uit en via de gemeenten betalen daar ook zelf voor,” licht de portefeuillehouder toe. “Eigenlijk is dit een apart fenomeen. Als er vanuit het ministerie wensen tot verandering zijn, belanden we misschien ook wel in een financiële discussie. Ik vind daarom onze betrokkenheid logisch. Het gaat immers over ons.”

 

Meer invloed vanuit de regio

De grens tussen landelijke en regionale verantwoordelijkheden in de Wet veiligheidsregio’s is niet altijd duidelijk. “Het is curieus dat het stelsel landelijk is vastgesteld onder ministeriële verantwoordelijkheid. Dit is een wat ingewikkelde vorm. De opdracht aan de regio’s is eigenlijk: ‘gij zult het zo doen’. Maar het vreemde daarbij is dat de regio’s daar zelf invulling aan geven en ook zelf de rekening betalen. Ik begrijp dat je bij crises landelijke richtlijnen moet hebben, maar veiligheid is van ons allemaal. Dan vind ik ook dat we als veiligheidsregio’s een grotere stem mogen hebben over hoe we de veiligheidsregio’s het beste kunt inrichten.”

 

Veiligheidsregio’s uitbreiden naar zorgketen

Het Veiligheidsberaad heeft op verzoek van de minister thema’s aangedragen waarvoor zij graag in de evaluatie aandacht willen hebben. Eén van de onderwerpen die de veiligheidsregio’s bezig houdt, is de reikwijdte van de wet. Zetten we alleen in op veiligheid of combineren we veiligheid met andere sectoren, zoals zorg? Hoeveel vrijheid willen we hebben? Onno Hoes heeft een duidelijk standpunt over de inrichting van de veiligheidsregio’s om ook in de toekomst crises adequaat het hoofd te kunnen bieden. “Volgens mij hebben we in Nederland bewezen dat we goed georganiseerd zijn. Bij de asielzoekerscrisis van een paar jaar geleden is de veiligheidsregio ingezet om snel te kunnen handelen. Dat was uitzonderlijk. Dat heeft deuren, maar ook de ogen van velen geopend. Daaruit is gebleken dat je in regionaal verband heel veel kunt betekenen voor elkaar. Ik vind het belangrijk om in de toekomst meer in te zetten op samenwerking met de zorgketen. Bij crises hebben we veel raakvlakken en als we aansluiten bij die zorgketen, kun je alles onder één noemer brengen. Mocht dat uit de evaluatie blijken, dan zou dat een enorme stap zijn in de verbetering van ons stelsel.“

Dit is een interview uit Magazine Veiligheidsberaad, editie december 2018

Gerelateerde berichten